Wet tot hervorming personenbelasting: voordelen alle aard mogen nog maximaal 20% van de bezoldiging uitmaken om te genieten van het verlaagde tarief vennootschapsbelasting

In het kader van het regeerakkoord 2025-2029 werd de wet tot hervorming van de personenbelasting goedgekeurd. Een van de maatregelen is dat vennootschappen strengere voorwaarden krijgen om het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting (20% op de eerste € 100.000 winst) te mogen toepassen.

Wet tot hervorming personenbelasting: voordelen alle aard mogen nog maximaal 20% van de bezoldiging uitmaken om te genieten van het verlaagde tarief vennootschapsbelasting

Om van dat verlaagde tarief gebruik te kunnen maken, moet de kleine vennootschap aan minstens één bedrijfsleider een minimumbezoldiging van € 50.000 toekennen (inkomstenjaar 2026). Sinds inkomstenjaar 2026 geldt een bijkomende voorwaarde: maximaal 20% van dat brutoloon van € 50.000 (of meer) mag bestaan uit voordelen alle aard die forfaitair worden gewaardeerd.

Met voordelen alle aard bedoelt men de voordelen die uw vennootschap u als bedrijfsleider toekent en die voor u privé een waarde hebben, zoals een bedrijfswagen, een woning, een gsm, internetabonnement, enzovoort. Deze voordelen worden in principe bij u privé belast als beroepsinkomsten.

Wanneer u niet wordt belast op de werkelijke kostprijs van deze voordelen, maar op een forfaitaire waarde, spreekt men van forfaitair gewaardeerde voordelen alle aard. Zo wordt u bijvoorbeeld voor privégebruik van internet belast op een vast bedrag van € 60 per jaar, ongeacht wat het internetabonnement uw vennootschap in werkelijkheid kost.

Bestaat meer dan 20% van de brutobezoldiging uit dergelijke forfaitair gewaardeerde voordelen alle aard, dan verliest de vennootschap het recht op het verlaagde tarief van 20% in de vennootschapsbelasting.

De 20%-grens wordt niet per bedrijfsleider afzonderlijk bekeken. De fiscus kijkt naar de totale brutobezoldiging van alle bedrijfsleiders samen en naar het totaal van hun forfaitair gewaardeerde voordelen alle aard. Pas als op dat gezamenlijke niveau de voordelen alle aard niet meer dan 20% uitmaken van de totale brutobezoldiging, blijft het verlaagde tarief behouden.